Maandagmiddag 20 mei vindt in Café Willem Slok te Utrecht de feestelijke presentatie plaats van de nieuwe bundel van Nanne Nauta: Hyperhaiku’s

In deze bundel geeft Nanne Nauta uiting aan de teloorgang van één van de oorspronkelijke ideeën achter hypertekst. Nanne Nauta (1959) publiceerde eerder bij de Contrabas Kruissonnetten (2009) en Terzinen (2012). Hij maakt deel uit van het Utrechts Dichtersgilde.

Op het programma staan optredens van Mark van der Schaaf en Lammert Voos, een lezing van Ton van ’t Hof, een optreden/toelichting van de dichter zelve en de overhandiging van de bundel door de uitgever. De presentator van het geheel is niemand minder dan nummer vierendertig van de HP/de Tijds Literaire Pikorde, Chrétien Breukers.

Na afloop kunt u de nieuwe bundel aanschaffen en laten signeren.

Uitgeverij De Contrabas, café Willem Slok en Nanne Nauta nodigen u van harte uit om bij de presentatie aanwezig te zijn. U bent vanaf 15.30 uur welkom aan de Korte Koestraat 2, 3511RP Utrecht.

Eenzame uitvaart #16: De Koning is dood
i.m. R.J. de Koning (Utrecht, 10 mei 1951 – Utrecht, 23 april 2013)
Dichter van dienst: Baban Kirkuki

Crematorium Noorderveld, Nieuwegein, 29 april 2013

Denkend aan het verslag kan ik niet schrijven, en niet schrijvend denk ik aan het verslag. Zoiets. Zoiets is de staat van mijn hoofd. Hetzelfde hoofd heeft keurig allerlei feitjes en ideeën opgeslagen als notities voor dit verslag maar weigert vooralsnog daar enige zinvolle ordening in aan te brengen. Ik ben net terug van de crematie van de heer R.J. de Koning op het Noorderveld in Nieuwegein. Ik was daar met Baban. Baban schreef en las voor als dichter van dienst namens het Utrecht Dichtersgilde, tussen de muziekstukken van ‘Time to say goodbye’ van Andrea Bocelli en Sarah Brightman en ‘Abide with me’ gezongen door Mahalia Jackson in. Femke, de uitvaartleidster, sprak dat we stil stonden bij de uitvaart van de heer de Koning. ‘We’ is een groot woord bij een eenzame uitvaart. De revalidatie-arts van de Koning was ook nog gekomen. Een jonge vrouw, die net als Femke blij is dat Baban een tekst uitspreekt. Daarmee krijgt de uitvaart van de Koning ook voor hen een plek. Ook ik ben blij dat hij er is. Toen het bericht van de gemeente op donderdagmiddag binnenkwam, had ik het even gelaten voor wat het was. De Koning was overleden aan een hartaanval in een verzorgingshuis, alwaar hij revalideerde van de gevolgen van een infarct. Schrijven bij een hartaanval? Schrijven over ‘de Koning is dood, leve de koning’?
Toen ik het vrijdag alsnog oppakte en een allervriendelijkste Paula van de uitvaartonderneming aan de telefoon kreeg, ging het verder gelukkig allemaal soepel. We kozen samen de muziek, Baban bood aan te schrijven. De afspraken werden gemaakt.
En nu is het al weer voorbij. Ik breng Baban terug bij zijn vriendin Charlotte. Hoe zal het verder gaan met de vrouw die door de Koning verzorgd werd, vraag ik me af. Hoe zal zij verder leven. Eenzamer dan zijn dood? En dan is mijn hoofd weer terug bij af.

© Nanne Nauta

De Koning van de eenzame dood

Uw hart was niet klein,
maar toch schonk het leven u
tijd tekort.
Of uw hart had gebrek aan de liefde
en u bent aan de kou
van de eenzaamheid gestorven.
Al een tijd hebt u mevrouw Coljé verzorgd.
U gaf haar wellicht liefde.
U dacht niet aan de ruimte van de kennis
van haar gedachte en van haar verbeelding.
Uw missie voor haar is een humaan beminnen,
en u zocht, om ergens in een hart plek te vinden.
Zij zag het samenwonen niet als een relatie,
terwijl uw hart een nest nodig had
en een hand die hem streelde en rust gaf.
De laatste tijd zocht uw hart naar verlenging
in woonzorgcentrum Albert van Koningsbruggen,
maar deze kon ook het leven voor u niet langer garanderen.
Rust maar uit heer de Koning.
Uw verhaal heeft me geraakt.
Ik zal dit jaar aan het eind van april
niet aan de nieuwe koning denken.
Aan u zal ik denken,
de Koning van de eenzame dood.
Rust maar uit, rust maar uit.

© 2013, Baban Kirkuki

Op Gedichtendag 2013 trad het Utrechts Dichtersgilde op in het sfeervolle Oud Amelisweerd. In het kader van ‘Uitzending gemist’ kunt u hier (terug)kijken.

PERSOONSGEBONDEN BEGELEIDING
- bij het afscheid van Rinda den Besten

Rechttoe rechtaan beschouwd is deze stad
in vele regelgevingen gevangen,
na jaren weet je, zelf ook ouder, dat
de jeugd zo bezig is met haar verlangen

als een volwassene gezien te worden,
dat al die regels niks zijn dan een muur;
eroverheen moet het, als over horden
na het ontsteken van ‘t Olympisch vuur.

Bestaan met hindernissen en dat lint
erachter, als een einde, waar, oh bevrijding,
soms angstig en bedaagd, soms onverschrokken,

tenslotte iedereen een finish vindt
en wint, is kansloos zonder begeleiding;
natuurlijk bijna aan het oog onttrokken.

Ruben van Gogh
Utrechts Dichtersgilde

Onno Kosters wint Türingprijs

Onno Kosters heeft zojuist de Türingprijs gewonnen.
Nadat nieuw gildedichter Peter Knipmeijer al eens tweede en vierde werd bij de voorgaande edities, wordt nu dan de prijs uitgereikt aan een dichter van het Utrechts Dichtersgilde. Kosters wint 10.000 euro voor zijn gedicht ‘Doe-het-zelf’.

Gedichtendag in de IKEA
image

AD/UN 1 feb

Zondag 3 februari 15:00 uur in Boekhandel Savannah Bay.

Savannah Bay presenteert met trots de nieuwe dichtbundel van Ruben van Gogh.

De dichter houdt deze bundel feestelijk ten doop in een speciaal door hem samengesteld programma, met voordracht, muziek, signeren en borrel.

Hierin treden op:
~ David Mulder, voormalige helft van het zangduo de Lomboys, romanschrijver, dichter en kunstprojectuitvoerder
~ Ward van der Houwen, (medisch) instrumenten-ontwikkelaar, (Russisch) kosmonautenprogrammakenner, bevlogen spreker en dichter
~ Koosje Sekrève, zangeres (in opleiding) uit het Westland.

Toegang vrij, aanmelden gewenst via info@savannahbay.nl of bij Ruben.

Ruben van Gogh
Sinds zijn debuut “De man van taal” is Ruben van Gogh een veelgevraagde gast én presentator op poëziefestivals.Daarnaast werkt hij als librettist, dichter-in-opdracht en interviewer. Samen met Alexis de Roode en Ingmar Heytze maakt hij deel uit van het Utrechts Dichtersgilde, een collectief van stadsdichters van de Domstad.

http://rubenvangogh.nl/

“Hier begint het leven”
De afgelopen jaren ontkiemden prachtige nieuwe gedichten van Van Gogh.” Hier begint het leven” is zijn vijfde en misschien wel meest persoonlijke bundel. Het is de eerste uitgave van zijn hand die bij Uitgeverij Podium verschijnt. Vol verwondering en soms zwaarmoedig kijkt hij naar de vele verschuivingen in het bestaan; steeds in de lichte en speelse toon die zijn werk kenmerkt:
‘ ik vermoed een wereld buiten/ de wereld waarin ik besta/ mij ontbreekt de tijd daar/ uitgebreid bij stil te staan’
Onverschrokken gaat hij in deze bundel het volle leven langs, hij dicht over een liefde, een kind, een reis. En over de dood, de smerige dood.

http://uitgeverijpodium.nl/book/407/Hier-begint-het-leven-%20/

Let op: de presentatie begint om 15 uur. Onze koopzondag van februari is dus van 13-15 uur, daarna is de winkel enkel toegankelijk voor bezoekers van de presentatie. Uiteraard kun je als bezoeker tijdens de presentatie het boek (en andere boeken) gewoon ter plekke aanschaffen.

Eenzame uitvaart #15: heren, alstublieft

09-03-2012

‘Het is druk, de laatste tijd. Niet alleen hier, maar overal. We hebben behoorlijk de vlam in de pijp.’ De uitvaartleider met wie ik op de rouwauto sta te wachten lijkt me een geboren Utrechter. Hij plaatst de grap volkomen terloops in ons gesprek, bijna onbewust, en geeft geen krimp als ik in de lach schiet. De vier dragers, die in carré staan opgesteld, wisselen een blik van verstandhouding. Het zijn blozende jongens van begin twintig. Studenten, gok ik. Je kunt aan ze zien dat trots zijn op hun werk.

In mijn zak heb ik een nieuw gedicht van twintig regels. Het is mijn vierde eenzame uitvaart – de vijftiende in Utrecht waarbij een dichter aanwezig is, zodat er aan het graf in ieder geval iets meer wordt gezegd dan ‘heren, alstublieft,’ als laatste instructie aan de dragers. Aan de uitvaartleider – een stevige, vriendelijke man in een klokvormige jas, met twee gevoerde zwarte handschoenen aan en een ronde bril met getinte glazen op – vraag ik waar die drukte vandaan komt. ‘Dat komt en gaat,’ zegt hij, ‘het kan ook weer een hele tijd rustig zijn. In elk geval heeft de winter er niet zoveel mee te maken, we krijgen hier van alles; jong, oud, kinderen… Ik denk wel eens dat het de keerzijde is van alle medische techniek. We kunnen steeds meer mensen in leven houden die anders misschien helemaal geen kinderen zouden hebben gekregen, maar die kinderen zijn daardoor natuurlijk ook minder sterk.’

Hij kijkt een tijdje in de verte en vervolgt uit zichzelf: ‘Je maakt hier bijzondere dingen mee. Ik heb nabestaanden geld zien verbranden bij een graf. Laatst was er een hele blaaskapel bij. Er was ook een groep die na afloop aan de champagne ging, omdat de dood volgens hun geloof het einde van een reis is, een thuiskomst die mag worden gevierd.’ ‘En wat gelooft u zelf?’ vraag ik hem, terwijl ik vanuit een ooghoek zie hoe een lange, zilvergrijze wagen traag de hoek om glijdt. ‘Ik geloof dat er een leven is na dit leven, waarin ook goed en kwaad is,’ zegt hij, ‘en dat je in dit leven de keuze hebt om het goede te doen. Anders is alles toch volkomen zinloos?’ zegt hij.

Terwijl ik achter de kist aanloop naar het grafveld, kijk ik met de ogen van de uitvaartleider naar de kruizen om me heen. Ik heb, zo vroeg in de lente, nog nooit zoveel vogels horen zingen.

tegenvoeters

Ergens, misschien op een dag als vandaag,

dragen twee vrouwenhanden uw ringen,

huilt de zoon in wie u zich half hebt

doorgegeven aan een moederborst,

landt uw vliegtuig in Australië.

Niemand hoeft de wereld mee te maken

zonder zichzelf. Misschien is het een vorm

van genade dat leven ten slotte neerkomt

op teruggaan naar het onbestaan waar

alles uit tevoorschijn komt, zeker

nu de grond verzacht, de vogels zingen

en de wind al iets van lente draagt,

de aarde naar de zon toe draait. Alles

wat moet gaat vanzelf, geen mens

is nodig voor wat er werkelijk toe doet.

Wat mij betreft bent u niet doodgegaan;

u ging alleen op reis, een tegenvoeter

op de grote ijsplaat van de tijd. Kijken

we tegelijk omlaag, dan kunnen

wij elkaar zien staan.

©2012, Ingmar Heytze

Eenzame uitvaart #14:

Op 2 januari j.l. overleed op 55 jarige leeftijd in ziekenhuis Diakonessenhuis de heer R.E. Boxman. Hij woonde op een troosteloos flatje aan de Berlagelaan in Hilversum, had geen partner, geen kinderen en was enigst kind. Dat is, naast zijn uitkeringsgegevens, dan ook alles wat er over hem bekend is.
Familie, vrienden en nabestaanden waren er niet, of niet traceerbaar, derhalve restte een eenzame uitvaart op 8 januari op begraafplaats Tolsteeg. Dichter van dienst was Ingmar Heytze.

- verslag: Ruben van Gogh

Vanaf het moment dat Bart FM Droog, in hoedanigheid van eerste stadsdichter te Groningen, het verzorgen van een gedicht bij onbezochte uitvaarten introduceerde, geldt de zogeheten Eenzame Uitvaart als morele plicht voor iedere stadsdichter. Utrecht doet het rustig aan: Ingmar Heytze gaat zijn tweede jaar als stadsdichter in, en dit is pas de eerste Eenzame Uitvaart sinds zijn aanstelling.

Ingmar en ik glibberen op deze witte, koude, vroege ochtend per fiets de stad door en bereiken met een flinke omweg begraafplaats Tolsteeg. Daar worden we opgewacht door de uitvaartleider van Tap-Ouwerkerk, vier dragers (studenten) en een medewerker van de begraafplaats. Even later, nadat de wagen is gearriveerd, lopen we achter de baar naar de laatste rustplaats voor dhr. Boxman.
Het is wit, het is koud. De begraafplaats ademt stilte. De zerken steken vanochtend nog nadrukkelijker dan anders uit met hun donkere tinten. Ingmar Heytze draagt zwarte kleding. Op sommige nieuwere stenen is een foto aangebracht van de overledene. Zij krijgen postuum alsnog nog een gezicht voor de toevallige bezoeker, die niet eens weet had van hun bestaan en heengaan. Wij lopen achter een gesloten kist, waarin een gezichtloze ligt: alles wat wij weten is zijn naam en daarmee weten wij al zoveel meer dan alle bezoekers na ons zullen weten.

Het graf ligt vlak tegen de Bokkenstraat aan; een serie eind 18e, vroeg 19e eeuwse huisjes in de jaren ’80 Bokkenbuurt. De voetspoortjes die we overal zien, bewijzen dat er ‘s nachts wel degelijk leven rondwaart langs de zerken.

Als de kist klaarligt om de diepte van het graf in te dalen, maken de dragers een buiging. Ingmar Heytze treedt uit het omringende wit toe om zijn gedicht te lezen. Een bizar tableau vivant: aan weerszijden van het graf staan nog de dragers, achter hen in het midden de medewerker van begraafplaats Tolsteeg en vooraan de uitvaartleider, en allen kijken zij Ingmar loodrecht aan.
Niettemin draagt Ingmar zijn gedicht onverstoorbaar en statig voor. Op het juiste moment ratelt in de verte een trein voorbij. Als we weer teruglopen wijst Ingmar me op de horizon, waarachter de zon voorzichtige pogingen doet te voorschijn te komen.
Dat zijn altijd de twee herinneringen die je bijblijven van een begrafenis, bedenk ik me: het weer en de geluiden. Verder raakt alles vergeten.

#

aangepaste dienstregeling

Bij de eenzame uitvaart van R.E. Boxman

Nu ben je weg. De grond is hard. Op de kist
sneeuwt het vraagtekens, altijd weer. Als ik iets
wist te zeggen zei ik dit: de wereld wordt wit,
ook zonder dat er iemand ademhaalt. Je ligt
hier hoe dan ook niet lang. Vandaag, morgen,
over een week komt de trein naar huis voorbij

langs dooiende sloten in schuine, bleke strepen
zon. Kun je daar niet op wachten? Bind ijzers
onder en kluun naar de singel, zoek een schaatser
op lage noren, haak aan als een schaduw over
het ijs. Wanneer ook dat niet gaat, blijf liever
hier, in deze aarde, nog stiller dan het leven

dat je achterliet en niemand weet waarom.
Ergens, matig ik me aan te denken, moet er iets
zijn misgegaan: vastgevroren wissels, reservevloot
niet winterklaar. Wat hindert het. Op een dag,
werd ons beloofd, is iedereen weer thuis. Stap
binnen. Sluit de deur. Kijk niet meer om.

08-01-2010, Ingmar Heytze

Naschrift

Enige tijd na de uitvaart ontving de dichter van dienst onderstaande mail. In onderling overleg met alle betrokkenen is afgesproken dit als naschrift te plaatsen:

geachte heer (noot van de webmaster: hier wordt Ingmar mee bedoeld), hiermee wil ik mijn innige dank uitspreken voor het gedicht “aangepaste dienstregeling” van uw hand en door u voorgedragen bij de uitvaart van dhr. ron boxman. toepasselijker had dhr. ron boxman niet neergezet kunnen worden. Het spijt mij evenwel vreselijk niet bij de uitvaart aanwezig te zijn geweest. dhr. ron boxman had zijn “lichaam ter beschikking van de wetenschap” gesteld en wat er daarna gebeurd is, daar hebben zijn vrienden en ik totaal geen weet van gehad.wil reilman

Eenzame uitvaart #13

I.M. A.J. Hoogeboom, 31-10-1942, Rotterdam — 19-12-2008, Utrecht

maandag 29 december 2008 op begraafplaats Tolsteeg te Utrecht.
Dichter van dienst: Vrouwkje Tuinman
Verslag: Ruben van Gogh

Op 19 december overleed op 66-jarige leeftijd de heer A.J. Hoogeboom in het UMC. Familie werd door het ziekenhuis, grote moeite ten spijt, niet gevonden, zodat hij op 24 december werd aangemeld voor een begrafenis op grond van de Wet op de Lijkbezorging.

Hij moet een zeer onplezierig persoon zijn geweest. Zijn ex-vrouw, waarvan hij in 1982 al scheidde, reageerde, toen zij door begrafenisondernemer werd ingelicht over het heengaan van de heer Hoogeboom, met de woorden: ‘Dan mag u mij feliciteren’. En repte verder ook namens zijn door hem getraumatiseerde stiefkinderen van: ‘Meer slaag dan eten.’ Zijn buren waren ‘blij dat hij eindelijk is opgerot.’ Ook iedereen die met naam en nummer stond vermeld in een van zijn twee mobiele telefoons reageerde uitermate afhoudend of opgelucht en was geenszins van plan naar zijn begrafenis te komen. De begrafenisondernemer had dit niet eerder zo rigoreus meegemaakt. Kortom: een authentieke eenzame uitvaart.

Het is nog stervenskoud om kwart voor tien. De baar staat klaar naast de Godzijdank verwarmde wachtruimte van begraafplaats Tolsteeg. Nanne Nauta komt aangefietst met een op maandagochtend bij een supermarkt nog aangetroffen bosje bloemen – een nagelaten kerstboeket met twee gouden ballen erin verwerkt. Toch nog toepasselijk voor iemand die zich bij leven had versierd met gouden kettingen, gouden ringen en gouden oorbellen en ongetwijfeld enkele kale kerstavonden zal hebben gevierd.

De opzichter van de begraafplaats is ook al aanwezig en als Vrouwkje Tuinman vanwege niet ingenomen astmamedicijnen zich buiten adem aandient is de wachtende partij gereed. We hebben zelfs nog even tijd de originele Escher-wandschildering in de aula te bekijken: een cirkel van naar het middelpunt toe kleiner wordende, en in een spiraal verdwijnende witte- en zwarte vissen.

Dan komen de begrafenisondernemers aanrijden met de kist. Deze wordt op de baar gezet en vervolgens naar het graf gereden.

Enkele graven verderop staat een man stil bij een recent begraven persoon. De man heeft een snor en draagt een muts met een groen hashblad-embleem. Hij zal de verdere korte plechtigheid aanschouwen met een blik die het midden houdt tussen gepaste afstand en opperste verbazing. Hij ziet de drie begrafenisondernemers en de opzichter met blote handen twee ijskoude metalen dragers aan de kist zetten en de kist vervolgens plaatsen op de takelconstructie boven het graf. Dan knikt een van de begrafenisondernemers naar Vrouwkje en spreekt de woorden: ‘Ben benieuwd wat je ervan hebt gebrouwen.’ Vrouwkje leest haar gedicht.

Veilige haven

Het anker op je huid, de armband, gouden tanden:

hoewel je ziek en mager bent zit alles op zijn plek.

Om je nek de schakels, langzaam bij elkaar gespaard.

En ringen in je oren. Ze zeggen dat je op het water

beter, verder, zien kunt met metalen extra ogen.

Je moet jezelf verzekeren. Goud bedriegt je niet.

Zelfs als je ziek en mager bent, mensen slechts nog weten

hoe je ze van je af geslagen hebt. De dingen die je hebt

gezegd. Nu zwijg je door je twee mobiele telefoons

en een gewone aan de muur want wie je nummer ziet

die neemt niet op. Je bent mager, ziek en alles wat je

bezit heb je gekocht. Je verzekert jezelf: het goud is trouw.

Het schittert aan je pols wanneer het anker zakt.

© 2008, Vrouwkje Tuinman

Er wordt nog een ‘Onze Vader’ gemompeld en dan zakt de kist met daarop het boeket met de twee gouden ballen de diepte in. Dat duurt langer en gaat dieper dan verwacht -als we denken: wat duurt dat lang en wat gaat dat diep, zitten we nog maar op de helft- er moet later nog een kist bovenop.

Een overledene die niet zal worden gemist ligt nu in de aarde, ver weg in de diepte, vlakbij staat nog steeds de man met een hash-embleem die dit korte tafereel tracht te doorgronden.

De begrafenisondernemers nodigen ons uit voor een kopje koffie in het nabijgelegen winkelcentrum. Daar horen wij van enkele andere bizarre begrafenissen die zij hebben geleid: van vrouwen die zich doodgevreten hebben, van mannen die zich doodgezopen hebben, van huizen waar ze door een kniehoge laag van lege bierblikjes moesten waden op zoek naar paperassen. En zeker: ze hoorden vaker van opluchting bij iemands heengaan, blijdschap zelfs, maar zo consequent en zo zonder uitzondering als bij de heer Hoogeboom is zonder precedent.

© 2008, Ruben van Gogh